HuppAle in blik en Boeuf Bourguignon to go

Het zijn barre tijden voor horecaondernemers sinds het uitbreken van het coronavirus. Half maart gingen de deuren van de horeca voor de eerste keer dicht om pas 2,5 maand weer voorzichtig open te mogen. Dat was de eerste golf. De tweede golf kwam in september en op 13 oktober moesten de deuren voor de tweede keer dicht. Nu het einde van de tweede voorzichtig in zicht komt, mogen we weer heel voorzichtig morrelen aan de horecadeuren, maar het einde is nog niet in zicht, nog lang niet. De derde golf komt er aan (gepland op 12 maart) en zolang er geen vaccin is en niet iedereen is ingeënt, blijven de golfen elkaar opvolgen.

De overheid heeft niet stilgevallen en heeft een aantal maatregelen in het leven geroepen om horecaondernemers te compenseren en te ondersteunen. Zo zijn daar onder andere de NOW (tegemoetkoming in de loonkosten), de TVL (tegemoetkoming vaste lasten) en de TOZO (tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). Let wel, in geen van de gevallen betreft dit een 100% compensatie van gemaakte kosten en gederfde inkomsten. Zo simpel is het. Horecaondernemers hebben in de afgelopen periode van horecasluitingen en beperkte openingen moeten interen op hun vermogen en zagen hun spaargeld en pensioen verdampen. Zo simpel is het ook.

En perspectief is er niet. Wellicht mag de horeca op korte termijn (beperkt) weer open. En dan? Als we de routekaart van ons kabinet mogen geloven, dan zijn er 4 stadia (afhankelijke van het aantal besmettingen per 100.000 inwoners) te onderkennen: waakzaam, zorgelijk, ernstig en zeer ernstig. Alleen bij 'Waakzaam' mogen de horeca weer volledig open. Bij 'Zorgelijk' en 'Ernstig' gelden er vervroegde sluitingen en bij 'Zeer ernstig' gaan de deuren weer volledig dicht. Dat is voor cafés en restaurants, nachtclubs en discotheken blijven ook bij het waakzame niveau gesloten.

Horeaondernemers zijn bij de tweede sluiting wel iets beter voorbereid dan tijdens de eerste golf. Zo functioneren ze nu tijdelijk als winkeltjes en verkopen ze producten to-go. Zo ook onze geliefde Huppel the Pub in de Oude Molstraat in Den Haag. Daar kochten wij twee bakken Boeuf Bourguignon van nabijgelegen Bar Bistro De Twee Heeren en 4 blikken HuppAle dat ze zelf inblikten bij Kompaan. 'Snel opzuipen', was het devies want geen nagisting op fles of met tegendruk afgevuld. Gewoon ingeblikt, snel naar huis en opentrekken! Je kunt bij De Huppel ook andere producten kopen, zoals mondkapjes en rompertjes, beide met het Huppel-logo. Die laatste hebben we maar niet gedaan. Daar zijn we iets te groot voor.

Er zijn teveel cafés

Er zijn teveel cafés

De Horecava 2016 was nog maar nauwelijks begonnen of het bericht kwam naar buiten dat cafés in Nederland het zwaar hebben. Dat gebeurt bijna ieder jaar en ook dit jaar was daarop geen uitzondering. Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) meldde dat waar andere traditionele horeca, zoals restaurants en hotels, zich hebben hersteld van de crisis, onze cafés ver achter zijn gebleven. Het CBS concludeerde dit uit haar waarneming dat de omzet van cafés in de eerste drie kwartalen van 2015 7 procent onder het niveau van het topjaar 2007 lag, terwijl restaurants en hotels juist weer terug zijn op het oude niveau van 2007.

Hoe kan dat? Wat is hier aan de hand? Wat hebben restaurants en hotels wat cafés niet hebben? Zijn 'onze' cafés in gevaar? Moeten we de barricades op om 'onze' cafés te redden? Of zijn ze al niet meer te redden?

Omzet bestaat uit prijs en volume. Laten we eens naar de prijs kijken. De prijzen in cafés lagen in 2015 volgens het CBS ruim een kwart hoger dan in 2007. Dat is opmerkelijk, want deze prijsstijging was hoger dan bij andere horeca en ook hoger dan het algemene inflatieniveau in Nederland in die periode. Veel vingers wijzen meteen naar de overheid die om de schatkist te spekken BTW- en accijnsverhogingen heeft doorgevoerd, maar het effect daarvan op de prijs is slechts beperkt en geldt bovendien ook voor restaurants en hotels.

Geen enkele vinger wijst naar de werkelijke oorzaak: brouwerijcontracten en brouwerijen - groot en klein - die jaarlijks hun prijzen verhogen in de horeca, Uit een onderzoek van enige jaren geleden bleek dat horecaondernemers tweemaal zoveel moeten betalen voor hun bier in vergelijking met supermarkten. Kunstmatig hoge prijzen werken verlammend in de markt en houden cafés in een wurggreep. 

Dan het volume. Het volume van de café-omzet lag in 2015 ruim een kwart onder het niveau van 2007. Ook hier wijzen de vingers meteen naar de overheid: het rookverbod en de verhoging van de leeftijd voor het drinken van alcohol naar 18 jaar. Ook zijn er andere concurrrenten op de horecamarkt bijgekomen, zoals dorpshuizen, zorginstellingen en detailhandel. Dat zijn inderdaad factoren die het cafébezoek niet hebben aangemoedigd en eerder hebben ontmoedigd. Maar er is meer. De prijsverhogingen die jaar en jaar zijn doorgevoerd hebben ook een effect gehad op het aantal bezoekers en daarmee op het niveau. Cafébezoekers zijn niet gek. Zij kunnen hun geld maar één keer uitgeven.

Hoe groot deze effecten individueel zijn, is moeilijk te zeggen, maar we kunnen stellen dat het rookverbod, de alcoholleeftijd en de toegenomen concurrentie door toetreders veel minder invloed hebben gehad dan de prijsverhogingen. Het is struisvogelpolitiek om dit effect te blijven ontkennen. Brouwerijen en horecaondernemers zouden moeten erkennen dat de prijzen in de horeca te hoog zijn en omlaag moeten.

De gevolgen laten zich raden: lege cafés en een groot aantal sluitingen. In 2008 telde Nederland nog ruim 13 duizend cafés. Begin 2015 was dit aantal met 13 procent gedaald tot ruim 11 duizend. De grootste dalingen deden zich in deze periode voor in de provincies Groningen, Drenthe en Limburg waar het aantal cafévestigingen met ruim 20 procent terugliep. Flevoland was de enige provincie met een toename van het aantal cafés.

Het is onvermijdelijk dat er de komende jaren nog veel meer cafés hun deuren zullen sluiten. Het platteland loopt leeg en de kroeg heeft daar nauwelijks toekomst meer. Mensen drinken hun drankje meer en meer thuis, daardoor aangemoedigd door brouwerij en supermarkt. In grote steden en in uitgaanscentra zijn nog veel mogelijkheden, maar horecondernemers moeten daar wel creatief en innovatief. En concurrerend met hun prijzen.