Covid19-wandeling Den Haag

De Conckelaer, Voorburg

Het startpunt

Het startpunt van de Covid19-wandeling is Café De Conckelaer in Voorburg. Hier organiseert Mink in onvervalst Haags pubquizzen, live optredens en feesten en hier kun je tegenwoordig ook een goed glas bier drinken aan de bar of op het zonnige terras, want Mink heeft ook een aardige bierkaart met onder meer bieren van Two Chefs Brewing en Kompaan. Vergeet ook niet de columns te lezen waarin Mink op zijn Minks zijn kijk op de wereld geeft.

We kunnen niet wachten tot we weer een Howling Wolf, een Funky Falcon, een Bloedbroeder, een Handlanger of een perfect getapte Chouffe in de Conckelaer kunnen drinken.

Kompaan Beer Bar

Van Voorburg naar de Binckhorst

We nemen de Geestbrugweg richting Voorburg en slaan linksaf naar de Binckhorstlaan en vervolgens rechtsaf naar de Maanweg. Dit is geen aantrekkelijk stuk. Het industriegebied De Binckhorst ligt behoorlijk op de schop met de bouw van een tunnel die een aansluiting op de snelwegen A4/A13 moet gaan bieden. Als dat klaar is, krijgt ook de Binckhorst een facelift. Bij de Melkwegstraat slaan we linksaf en dan ben je al bijna bij Kompaan.

Kompaan heeft zwaar te lijden van het coronavirus. Het is alle hens aan dek voor Kompaan om overeind te blijven in deze moeilijke tijden. Daarom hebben ze een aantal initiatieven ontwikkeld om deze zware storm te doorstaan en hebben ze alle hulp nodig om  hier doorheen te zeilen.

Straatbeeld Binckhorst

Street art aan het Trekvlietplein

Street art aan de Trekvlietweg

De haringkoning, een Haags begrip

De Bordelaise

Van De Binckhorst naar de Stationsbuurt

Na het bezoek aan Kompaan wandelen we door de straten van De Binckhorst langs verbrande campers, banken en scooters. Aan de einde van de Binckhorstlaan slaan we linksaf naar het Trekvlietplein met zijn graffiti art. Na de bocht naar rechts gaan we het spoor onderdoor en komen we vrij snel bij de Haringkoning, in Den Haag bekend van het 'harinkie happen', oftewel een bezoek brengen aan de dames van plezier in de Geleenstraat. Geen harinkie voor ons want de Haringkoning is ook dicht, wij slaan linksaf, mijden het Zieken en slaan rechtsaf naar het Huygenspark. Daar is De Bordelaise gevestigd, een roemrucht café in Den Haag waar ooit De Stones nog zijn geweest. Het café is sinds het najaar van 2019 in handen van Lambert en Mirjam die ook Café De la Gare uitbaten.

Bierenspeciaal Café De Paas

Van het Huygensplein naar de Dunne Bierkade

Van de Bordelaise op het Huygensplein lopen wevia de Stationsweg en slaan na de gracht direct linksaf naar de Dunne Bierkade waar op nummer 16a Bierspeciaal Café De Paas is gevestigd, het café met de rijkste bierhistorie van Den Haag. Hier kun je kiezen uit een zeer ruim assortiment bieren (>190 bieren) van de tap en van de fles en blik. Aan de bar, aan een tafeltje en in de lente en zomer op de terrasboot die al 25 jaar voor het café in de gracht ligt. Ook De Paas heeft haar deuren moeten sluiten vanwege het coronavirus. Tot ziens en veel sterkte, Frank en Paul, Lisette, Arnd, Richard, Patrick, Sophie, Frenk, Daaf en Beer!

De Gekke Geit

Van de Dunne Bierkade naar de Lutherse Burgwal

We de Dunne Bierkade af en slaan rechtsaf de Paviljoensgracht in. We turen even naar links naar de bedrijvigheid in de Doubletstraat. Niets, alleen maar leegte. De dames van plezier liggen plat. Hun business welteverstaan, de dames zitten thuis en of ze ook thuiswerken is onbekend, maar het vermoeden bestaat. We lopen verder naar de Lutherse Burgwal waar De Gekke Geit zit, hostel en biercafé in één. Ook hier heeft de coronagekte toegeslagen. Dus leegte, stilte en onbedwingbaar verlangen naar heropening.

Rootz

Van de Gekke Geit naar Rootz, een steenworp

Ze kunnen elkaar bijna aankijken, de Gekke Geit en Rootz. Rootz mag natuurlijk ook niet ontbreken op onze Covid-19 wandeling. Rootz heeft een uitgebreid en gevarieerd bierassortiment en is één van de weinige echte bierrestaurants in Nederland. Toch hebben we een haat-liefde-verhouding met Rootz: het is meer restaurant dan café waardoor je je aan de bar wat verloren waant, de bieren op de kaart zijn behoorlijk aan de prijs en de bediening op het terras is niet de snelste. Genoeg gezeurd, we komen hier gewoon graag. De mensen van Rootz mogen blij zijn dat ze alleen nog maar de Rootz in het centrum hebben en dat Rootz Harbour en Rootz Beachclub niet meer bestaan. Stel je voor, in deze tijden, drie zaken die dicht zijn. Nog is het er maar eentje en dat is al zwaar.

De Grote Markt is verlaten

Houd 1,5 meter afstand

The Fiddler

Van Rootz naar The Fiddler

Na Rootz steken we de Grote Markt over, het verlaten horecaplein van Den Haag waar zaken als De Boterwaag, De Zwarte Ruiter, Hoender & Hop, Vavoom en Zeta nu een zieltogend bestaan leiden. We lopen door de Schoolstraat langs gaycafé De Vink en komen bij The Fiddler, een Engelse pub waar ook Animal Army brewery die de huisbieren, zoals Albino Fox, Redhead, Cream Bee, Sea Lion's IPA, Fuzzy Bearn Howling Wolf voor The Fiddler, waarvan een aantal uit Engelse handpompen worden getapt. We maken een praatje met een zwerver die aan ons vraagt hoe het met ons gaat. Met ons gaat het goed, we missen alleen de horeca. Met hem gaat het ook goed.

Beer Garden

Van The Fiddler naar de Beer Garden

Van The Fiddler naar de Beer Garden is ook maar een steenworp. Je slaat rechtsaf de Rivervismarkt in en loopt letterlijk rond de Grote 0f Sint-Jacobskerk met daarin de Haagse toren heen en dan ben je al bij de Beer Garden, die is gevestigd in de kelders van het Oude Stadhuis van Den Haag dat stamt uit 1564. dit gebouw bestaat uit twee gebouwen en een toren, die tussen de 16e en 18e eeuw zijn gebouwd. In deze kelders bevonden zich vroeger de rechtbank en de kerkers van de stad.

Hoppzak

Van de Beer Garden naar de Hoppzak

We lopen via Rond de Grote Kerk en slaan rechtsaf de Grote Halstraat en daarna meteen linksaf de Driehoekjes die uitkomt op de Oude Molstraat. Nog een keer rechtsaf en we zijn in de Papestraat en op de plaats van de volgende bestemming: het enigszins verborgen bierspeciaalcafé Hoppzak. De Hoppzak is een fijn café waar we regelmatig de uitdagende trap voor afdalen en aan de bar zitten om een bier te degusteren. Vooral de Gulpener Dort was/is een liefde voor ons (Red de Dutch Dort).

Huppel the Pub

Van de Papestraat naar de Oude Molstraat

De bocht om en naar rechts en daar is ie dan, onze tweede huiskamer, de Huppel, oftewel de Huppel the Pub. We hoeven niet naar de Ikea, we hoeven naar een bouwmarkt, we hoeven niet in een trein of tram te zitten, maar de Huppel is andere koek. We willen hier weer aan de bar zitten en slap ouwehoeren, we willen een Orval en een Zeezuiper drinken, we willen Jeroen, Eline, Marjolijn, Roelof, Geus en al die anderen zien, we willen ademen, we willen vrij zijn, we willen huppelen. Wat heeft het leven voor zin als we niet meer kunnen huppelen? Waar doen we het dan allemaal nog voor? Genoeg melancholiek, we moeten verder, altijd maar weer verder...

Free Beer Co

Van De Huppel naar Free Beer Co

We lopen door de Oude Molstraat langs Haagsche Broeder (ja, we denken ook aan jullie) en slaan rechtsaf de Molenstraat in. Op de hoek van de Prinsestraat en de Molenstraat zit de winkel van Free Beer Co, waar je naast flesjes en blikjes bier ook growlers kunt kopen, iets we tot dusver nog steeds niet gedaan hebben (shame). De winkel van Free Beer Co is net als de winkel van Haagsche Broeder nog gewoon open en draait misschien wel beter dan ooit tevoren nu je je bier niet meer in de horeca mag drinken, maar verplicht thuis.

Brody's Taphouse

Een hinkstapsprong naar Brody's

Schuin tegenover Free Beer Co en naast de beroemde coffeeshop Cremers zit Brody's Taphouse. De kortste etappe van onze #Covid19 wandeling dus. Bij Brody's stromen normaliter 25 bieren uit de taps, die voor een groot deel uit de Verenigde Staten komen.  Vandaar dat Brody's zichzelf ook wel Brody's American Taphouse noemt. Het is misschien een beetje om met een bordje 'Drink Lokaal' voor een tent te gaan waar het bier van ver komt, Maar Brody's is wel degelijk lokaal en een drinklokaal.

Bierbarry Kitchen **nieuw**

Van Brody's naar Bierbarry&Kitchen

We vervolgen onze weg en lopen door de Korte Molenstraat en slaan rechtsaf bij de Torenstraat. Op het pleintje zit naast Florencia, de bekendste koffie- en ijssalon van Den Haag en de hele wereld, Bierbarry&Kitchen, een gloednieuw biercafé/restaurant. De eigenaar kennen wij nog van Anna's Bar en we hebben beloofd snel langs te komen en hem als beerspot te prikken. Nu dus even niet. Dat komt nog hopelijk. Als hij gaat redden tenminste in deze coronabende. Het zal je maar gebeuren, je opent net je nieuwe zaak en dan komt corona langs...

De Bieb

Van Bierbarry naar De Bieb

We verlaten Bierbarry&Kitchen en lopen de Torenstraat uit in noordelijke richting, steken de brug over en slaan direct rechtsaf de Veenkade in. Achter de Koninklijke Stallen en achter de Paleistuin van Paleis Noordeinde en op de plek waar vroeger de bibliotheek van Den Haag gevestigd was, vind je Café De Bieb met 8 taps en behoorlijk wat flessen bier op de kaart. Wij komen er graag om wat te drinken of te ontbijten of lunchen. Vooral 's zomers al je terecht kunt op de terrasboot is het hier aangenaam vertoeven. Damn!

Café de La Gare

Van De Bieb naar Café de la Gare

We laten de De Bieb voor wat het is en lopen de Veenkade en slaan rechtsaf de Prinsestraat in, we passeren weer Brody's American Taphouse en de Free Beer beershop en gaan weer links de Molenstraat in, dan links naar het Paleis Noordeinde en meteen rechts de Heulstraat in. Bij het Lange Voorhout/Kneuterdijk sla je linksaf de Parkstraat in en meteen rechts de Kazernestraat. Na een paar honderd meter slaan we de Nieuwe Schoolstraat in waarna je na de bocht een pleintje aantreft waar Café de la Gare zit, die tevens sinds kort de Bordelaise uitbaten.

Van Kinsbergen

Van La Gare naar Van Kinsbergen

Na Café de la Gare lopen we de Nieuwe Schoolstraat en slaan linksaf de bij de Mauritskade. Na een tijdje gaat deze over in de Kortenaerkade en de Hogewal. Wij kiezen voor de rechterkqnt, de Korteaerkade die snel overgaat in de Piet Heinstraat. Bij de Van Galenstraat gaan we rechtsaf en aan het einde linksaf. Van Kinsbergen zit op het Prins Hendrikplein en is het laatste beer spot op onze #Covid19 wandeling. Lokaal Duinoord is een horecabrug te ver dit keer. Ook Van Kinsbergen is dicht, maar hier proberen ze nog wel wat afhaaldingen via het raam te verkopen.

De Molen klapt zijn wieken in

Het kon natuurlijk niet uitblijven. Nadat eerder brouwerij 't IJ zijn ziel al verkocht aan de Duvel is nu een andere Nederlands brouwicoon ten prooi gevallen aan de klauwen van een grote brouwerij. In 2016 nam Bavaria (lees: het moederbedrijf Swinckels Family Brewers) al een 35%-minderheidsbelang in brouwerij De Molen had genomen en deze week werd bekend dat Bavaria nu 100% eigenaar is geworden van de wereldwijd vermaarde craftbrouwerij.

Swinckels op oorlogspad

Ze zijn lekker bezig, daar in Lieshout. In 1999 werden ze al - min of meer - eigenaar van La Trappe, met de nadruk op 'min of meer', omdat de constructie zodanig in elkaar werd geflanseld dat de monniken op papier nog steeds van alles te vertellen hadden over hun bier en het trappistenlogo gewoon nog kon blijven worden gevoerd. Slimme jongens, die trappistenboys. Ze doen geen mond open, maar vullen we hun zakken met ons bier.

Behalve het minderheidsbelang in De Molen deed Bavaria ook een duit in het Belgische brouwzakje met de inpalming van brouwerij Palm, dat onder andere de merken Palm, Steenbrugge en het door ons zo geliefde Rodenbach in zijn portefeuille heeft. In 2018 viel nog een voormalig icoon in de Nederlandse bierwereld in Brabantse handen: bierhandel Bier & Co uit Amsterdam dat decennia lang een onafhankelijke voorvechter was van het bier van kleine brouwerijen. Dat is niet meer. Kleine krakertjes worden groot en zijn veranderd in grote, dikke, commerciële mannen.

En nu is dus brouwerij De Molen, wereldwijd vermaard om zijn craft bieren, maar veel minder in Nederland, ten prooi gevallen aan de Lieshoutse brouwer.

Het grote waarom

Voor Bavaria is dat logisch. Grote brouwers hebben ook het succes van de craft beer revolutie opgemerkt en springen er en masse als een soort sprinkhanen bovenop. Lustig kopiëren ze de craft bieren en als ze de kans krijgen kopen ze gewoon de hele brouwerij op. Zo is het altijd gegaan en zo zal het altijd blijven gaan. Niets aan de hand. Eerst was er brouwerij 't IJ en nu dus De Molen. Wie zal volgen? De Texelse bierbrouwerij? Jopen uit Haarlem? Oedipus uit Amsterdam? Oersoep uit Nijmegen? Kompaan uit Den Haag? Dat jochie uit Den Helder die zulke leuke bieren maakt? Wie zal het zeggen? We weten het niet, maar zeker is dat overnames er altijd zullen zijn.

Voor brouwerij De Molen is het ook vrij logisch. De biermarkt met zijn 600 brouwerijen (of wannabe brouwerijhuurders) is verzadigd en om te groeien heb je een distributienetwerk nodig. En laten de grote brouwerijen daar nu net over beschikken. De craft beer revolutie is voorbij. De stofwolken zijn aan het optrekken. En het zicht is niet mooi. De komende tijd zal blijken of al die kleine brouwerij'tjes levensvatbaar zijn. Waarschijnlijk niet. Het is allemaal leuk en aaibaar, maar het is niet levensvatbaar. Het is allemaal te duur, niet creatief genoeg en de kwaliteit vaak te matig.

'Er verandert niets'

Op de foto bij het artikel kijken twee van de drie eigenaren van de Molen enigszins beduusd en bedremmeld voor zich uit. Je ziet ze denken: 'Er verandert niets, er verandert niets'. Een gelijkluidend bericht werd gelijktijdig uit de marketingmouw in Lieshout geschud: 'Er verandert niets. Heus niet. De brouwerij zal zijn identiteit behouden en de voormalige eigenaren blijven ook betrokken bij de betrokken'.

Niet jokkebrokken, heren. Natuurlijk verandert er wel iets. Er is al iets veranderd. Het Molenbier komt nu van een grote brouwerij. Ze zijn onderdeel van een internationaal concern met alle regels en wetmatigheden die daarbij horen.  De ex-eigenaren zullen één voor één van het toneel verdwijnen in de komende jaren, de productie zal (elders) worden opgeschaald en tenslotte geheel worden overgeheveld. Dat kun je leuk vinden of niet, maar zo gaat dat nu eenmaal bij overnames.

Stel je toch voor dat je als echte bierliefhebber volgend jaar naar het Boreft Beer Festival gaat. Waar je voorheen altijd heerlijk kon neerkijken op de grote brouwers ben je nu ineens onderdeel daarvan. Ineens behoor je tot The Man. Er verandert niets, want alles is al veranderd!

Belgisch bier krijgt UNESCO-status

De UNESCO heeft deze week besloten dat de Belgische biercultuur als geheel een plaats krijgt op de zogenoemde Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid.  Dat onze zuiderburen daarmee danig in hun nopjes zijn, valt goed te begrijpen. De UNESCO-status is iets om trots op te zijn.

Het is alweer het elfde Belgische item op deze lijst. UNESCO kende onder meer ook al de Garnaalvisserij te paard in Oostduinkerke, het Carnaval van Aalst en de Heilig Bloedprocessie in Brugge deze status toe. En de Belgen zijn ook nog bezig om hun andere nationale lekkernij, de frieten, erkend te krijgen, maar dat is tot op heden nog niet gelukt.

Nederland heeft geen enkel immaterieel erfgoed op de UNESCO-lijst staan. We hebben wel tien culturele en natuurlijke werelderfgoederen, zoals het Waddengebied, Schokland, de Amsterdamse grachtengordel en de Stelling van Amsterdam. Ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie staat hiervoor op de nominatie. Daartoe wordt in 2018 een voordracht ingediend.

Wat is dat voor lijst?

De UNESCO is de organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Ze werd opgericht in 1945 en zetelt in Parijs. Met de lijst van immaterieel cultureel erfgoed wil UNESCO de diversiviteit van het mondiale cultureel erfgoed bevorderen en het bewustzijn hieromtrent. De lijst is niet zonder plichten. Als een cultureel erfgoed in verval dreigt te raken, dan zullen groepen uit de samenleving, en ook overheidsinstanties, zich moeten inzetten om hun cultureel erfgoed te beschermen. Ook internationale ondersteuning hierbij is een onderdeel hiervan.

Stel je maar eens voor als een groot deel van de Belgen besluit om wijn in plaats van bier te gaan drinken. Dat mogen ze in België vanaf nu niet meer over hun kant laten gaan. Ze zullen alles in het werk moeten stellen om mensen weer aan het nationale bindmiddel - het bier - te krijgen. 

Is het terecht?

UNESCO onderbouwde haar beslissing als volgt. Het brouwen en ook het genieten van bier is onderdeel van het cultureel erfgoed in heel België. Het speelt een rol in het dagelijkse leven, en ook bij vele feestelijke gelegenheden. Bijna 1.500 soorten bier worden geproduceerd met behulp van verschillende gistingsmethoden. Sinds de jaren tachtig is ook het ambachtelijk brouwen van bier populair geworden. Er is een aantal regio's die bekend staan om hun bijzondere variëteiten, terwijl sommige trappistenkloosters de winsten die zij behalen met het brouwen van bier aan goede doelen geven. Daarnaast wordt het bier gebruikt voor in de gastronomische keuken en voor het maken van producten zoals kaas. Tevens kan bier worden gecombineerd met voedsel en aldus smaken aanvullen en versterken. Ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de biersector werd meegewogen, zoals het stimuleren van verantwoord alcoholgebruik en het gebruik van milieuvriendelijke verpakkingen.

Heeft UNESCO en de Belgen een punt? Ja, is het antwoord op deze vraag. België is en blijft een uniek bierland dat zijn weerga niet kent. De Belgische biercultuur is zodanig verweven met het dagelijks leven van zowel Vlamingen, Walen als Brusselaars dat het daarmee een land verbindt dat vaak zo verscheurd lijkt. Het Belgische bier, haar brouwerijen en de heersende biercultuur zijn een onlosmakelijk deel van de Belgische identiteit geworden.

Denk maar eens aan de trappisten- en de abdijbieren met hun quadrupels, tripels en dubbels. Of aan de geuzes, krieken, Vlaamse bruinen, Duvels, saisons of witbieren. Of wat te denken van de spontane gisting in de Zennevallei. Of de fascinerende gistculturen. Of het hoge niveau van brouwen. België heeft het allemaal en dat is nog lang niet alles. Je hoeft niet eens de grens over te gaan om dit te zien. Onze café's en supermarkten worden nog immer gedomineerd door het Belgisch bieraanbod. Maar je ziet pas echt als je de grens overgaat en in een willekeurig dorp of stad de Vlaming, Waal of Brusselaar zijn bier ziet drinken. Bier verbroedert, misschien zelfs wel een heel land.

En Nederland dan?

De Nederlandse biercultuur bloeit en groeit als nooit tevoren. Nieuwe brouwerijen schieten al een paar jaar als paddenstoelen uit de grond. De teller staat inmiddels op meer dan vierhonderd (inclusief huurbrouwerijen). Al onze brouwerijen maken ook een keur aan variëteiten van bier. Dat is allemaal goed nieuws en een verademing ten opzichte van de pilswoestijn die Nederland was geworden in de jaren tachtig. Maar we zijn er nog niet, nog lang niet. We hebben nog een lange weg te gaan voordat we op hetzelfde niveau als onze zuiderburen zijn.

De Nederlandse biercultuur is - nog - niet verweven met ons dagelijks leven zoals dat in België wel het geval. We zijn weliswaar een bierland in opkomst, maar het zal nog wel decennia duren voordat we onze zuiderburen hebben ingehaald, als dat we dat al ooit zullen doen. Er is nog veel werk aan de winkel. Er zal nog veel bloed, zweet en tranen moeten vloeien. 

‘Pils is makkelijk om te brouwen’

In het nieuws: de smaak van een Heineken-biertje is overal ter wereld hetzelfde. Heineken zelf leek nogal verrast dat hun bier overal hetzelfde smaakte. Maar dat was natuurlijk geen nieuws, maar iets dat allang bekend was. Een kwestie van overal op aarde dezelfde omstandigheden creëren: goede apparatuur en dezelfde grondstoffen (water, mout, hop en gist) gebruiken. Een kind kan de was doen.

De natuur heeft daar helemaal geen invloed meer op. Het maakt niet uit hoe warm of koud het buiten is, of regent of droog is, of het stormt of niet, of je nu in Zoeterwoude zit of in Addis Abbeba. Het bier in de ketels merkt daar niets van. De natuur is keurig netjes afgesloten van het brouwproces. En dat is maar goed ook,  want de natuur kun je er beter niet bij hebben als je aan het brouwen bent.

Het is natuurlijk razend knap dat Heineken dit kan. Maar dat gaat het niet om. Even verderop in het artikel staat dat pils - het 'gewone' biertje zoals ik dat iemand dat laatst hoorde zeggen - nog immer het populairste bier is onder bierdrinkers. Dit ondanks het feit dat speciaalbier steeds populairder lijkt te worden. Zeker 80% van al het gedronken bier in Nederland is nog steeds pils.

Nog steeds niets aan de hand. Een waarheid als een koe. Maar dan komt het. Dan gooit de brouwer er de volgende quote in: "Iedereen praat nu over craft beer (lokale bieren), speciaalbier en de kunst van brouwen, maar het pils is één van de, zo niet hét, moeilijkste bier om te brouwen, omdat het zo puur is en wij het sinds de negentiende eeuw met slechts vier ingrediënten brouwen".

We kennen die quote, die horen we al jaren, vooral uit de marketeerfabriek van Heineken. Is pils werkelijk zo moeilijk om te brouwen? Het simpele antwoord luidt: NEE. Nee, pils is helemaal niet moeilijk om te brouwen. Met neme gerstemout, water, hop en gist en daar brouw je een goedje van. Dat laat je vergisten tegen een lage temperatuur en je zorgt er voor dat het bier zo helder mogelijk wordt. Waarom dat laatste zo belangrijk is, wordt niet duidelijk. Helder bier heeft minder smaak dan troebel bier, dat is wel een wetmatigheid.

Simpel. Meer is het niet. Ook hier kan een kind de was doen. Wat is er dan zo moeilijk aan pils brouwen? Niet omdat het zo puur (zuiver, onvermengd, onverdund, onvervalst, louter, ongerept en maagdelijk) is. Of omdat het met slechts vier ingrediënten wordt gebrouwen .Nee, dat is niet de reden. De reden is dat het altijd en overal hetzelfde moet smaken. Of je nu thuis op de bank, of in je stamkroeg of voor mijn part in Addis Abbeda of Lutjebroek, het moet hetzelfde smaken.

Over smaak valt te twisten. Dat pils moeilijk te brouwen is omdat het altijd hetzelfde moet smaken, dat is een waarheid als een koe. Dat pils een bier is met weinig grond- en dus smaakstoffen, dat is ook een waarheid als een koe. Maar nee, pils is niet moeilijk om te brouwen. 'Pils is makkelijk om te brouwen', aldus deze brouwer.

Woordblubber: ambachtelijk, puur, eerlijk en authentiek

Bij de Aldi kun je rijk gevulde truffelpasta kopen. Dat klinkt heerlijk, moeten we eerlijk toegeven. Wij zijn dol op truffels en ook op pasta en die twee combineren moet wel zijn alsof er een engel op je tong piest. Rijk gevuld, ja dat zeker, maar alleen niet met truffels. Natuurlijk niet, want die zijn veel te duur. Onder ‘rijk gevuld’ verstaat de Aldi namelijk dat er wel 0,0006 procent truffel in de pasta zit. De Aldi sleepte daarmee de prijs van het meest misleidende voedselproduct in de Nederlandse supermarkten in de wacht.

Maar genoeg over de truffelpaste van de Aldi. Er zijn genoeg andere zaken om ons aan te ergeren. Gelukkig maar. Denk maar aan die brouwer van Brewdog uit Schotland die enige jaren geleden in een café in Amsterdam een gepassioneerd betoog afstak tegen de Man, in dit geval niet de overheid, maar de grote brouwers. Luid juichend werd hij door een hysterische menigte ingehaald als de nieuwe paus en Sinterklaas tegelijk en wij klapten en brulden net zo hard mee. Jaren later heeft Brewdog in bijna 30 steden in Engeland een bar, en daarnaast nog eens 12 bars all over the world, zoals Barcelona, Brussel en Helsinki. En nog zijn ze niet klaar. Er staan nog 4 bars op de planning, waaronder eentje in Berlijn en eentje in Rome. Brewdog is de Man geworden. Ze hebben zichzelf verMand. 

We juichen dus niet meer zo snel, want kleine brouwers worden groot, immens groot. Wantrouwend kijken we naar al die kleine brouwertjes die zichzelf zo schattig tot craft brewers uitroepen. Ambachtelijk, puur, eerlijk en authentiek, noemen ze zichzelf. Loze, holle frasen die te pas en te onpas door met name marketeers worden misbruikt. Woordblubber is het.  Woordinflatie van de ergste soort. Het is tijd om terug te gaan naar de echte betekenis, naar duiding en de mythe van de kleine brouwerijen voor eens en voor altijd door te prikken. 

Ambachtelijk, daar begint het al mee. Letterlijk betekent dit dat een product op de originele of traditionele manier wordt gemaakt. Met andere woorden: ze dragen het zweet en de liefde in zich en zijn uniek omdat de ambachtsman – de brouwer - eigenhandig aandacht er aan heeft geschonken. Dat klinkt mooi hè? Het is het beeld van de brouwer die voor dag en dauw opstaat en in zijn eigen potten en pannen staat te roeren. Helaas, de werkelijkheid is anders. De brouwer van nu staat rond een uurtje of tien op, drinkt zijn koffie, opent zijn laptop en start het brouwproces met een simpele druk op de knop. Alles gaat automatisch en computergestuurd. Zo rond een uurtje of drie gaat hij eens kijken in de brouwerij en drukt aldaar op wat knoppen. Het huidige brouwen heeft weinig origineels of traditioneels in zich.

Authentiek dan, dat betekent eigen gemaakt, echt, betrouwbaar en origineel. Eigen gemaakt is vaak al discutabel. Veel huurbrouwers sturen hun recept op en komen nooit in de buurt van echte ketels. En originaliteit is vaak ook ver te zoeken. Weer een tripel, weer een dubbel, weer een witbier en weer een IPA. De Nederlandse bierwereld kopieert en varieert. Daar is niets mis mee, maar waar is toch dat echte Nederlandse authentieke bier?  

We strepen ambachtelijk en authentiek door en gaan door naar ‘puur’ en 'eerlijk;'. Puur betekent zuiver, onvervalst, louter, onverdund, onvermengd of ja zelfs ongerept en maagdelijk. Eerlijk betekent zonder leugens, zonder bedrog. Zo is een puur meisje een meisje dat nog niet is aangeraakt door wellustige mannen en door hen bevlekt. En bij een puur bier kun je je voorstellen dat dit een bier is dat zuiver is; waar niets aan toegevoegd is en dat het niet is verdund of vermengd. En eerlijk bier is een bier waar niet over wordt gelogen, dus ambachtelijk is ook echt ambachtelijk, en authentiek is authentiek.  

Als je jezelf puur en eerlijk verklaart, verklaar je de ander dus onzuiver, vals en oneerlijk. Zij zijn groot en ik is klein en dat is niet eerlijk, dat niveau. Maar is dat wel zo? Zijn kleine brouwers wel zo puur en eerlijk? Ik vraag het me af. Wat ik in ieder geval weet, is dat ik de hoofdprijs voor hun product moet betalen. Dat vind ik nou weer niet eerlijk. En in veel gevallen weet ik niet eens of het een brouwer of een huurbrouwer betreft en waar het bier dus vandaan komt (meestal ergens uit België).  Wat is er puur en eerlijk aan om jezelf ambachtelijk en authentiek te noemen als je dat niet kunt waarmaken?

Ambachtelijk, puur, eerlijk, authentiek. Het is woordblubber. De taal van de marketeer. Woorden die alleen hun betekenis en waarde hebben verloren. Net als 'biologisch' en 'koolhydraten'. Of 'duurzaam' en 'scharreleieren'. De brouwer die deze woorden gebruikt kan ik niet meer serieus nemen, die lach ik hard uit. Recht in zijn gezicht!

Er zijn teveel cafés

Er zijn teveel cafés

De Horecava 2016 was nog maar nauwelijks begonnen of het bericht kwam naar buiten dat cafés in Nederland het zwaar hebben. Dat gebeurt bijna ieder jaar en ook dit jaar was daarop geen uitzondering. Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) meldde dat waar andere traditionele horeca, zoals restaurants en hotels, zich hebben hersteld van de crisis, onze cafés ver achter zijn gebleven. Het CBS concludeerde dit uit haar waarneming dat de omzet van cafés in de eerste drie kwartalen van 2015 7 procent onder het niveau van het topjaar 2007 lag, terwijl restaurants en hotels juist weer terug zijn op het oude niveau van 2007.

Hoe kan dat? Wat is hier aan de hand? Wat hebben restaurants en hotels wat cafés niet hebben? Zijn 'onze' cafés in gevaar? Moeten we de barricades op om 'onze' cafés te redden? Of zijn ze al niet meer te redden?

Omzet bestaat uit prijs en volume. Laten we eens naar de prijs kijken. De prijzen in cafés lagen in 2015 volgens het CBS ruim een kwart hoger dan in 2007. Dat is opmerkelijk, want deze prijsstijging was hoger dan bij andere horeca en ook hoger dan het algemene inflatieniveau in Nederland in die periode. Veel vingers wijzen meteen naar de overheid die om de schatkist te spekken BTW- en accijnsverhogingen heeft doorgevoerd, maar het effect daarvan op de prijs is slechts beperkt en geldt bovendien ook voor restaurants en hotels.

Geen enkele vinger wijst naar de werkelijke oorzaak: brouwerijcontracten en brouwerijen - groot en klein - die jaarlijks hun prijzen verhogen in de horeca, Uit een onderzoek van enige jaren geleden bleek dat horecaondernemers tweemaal zoveel moeten betalen voor hun bier in vergelijking met supermarkten. Kunstmatig hoge prijzen werken verlammend in de markt en houden cafés in een wurggreep. 

Dan het volume. Het volume van de café-omzet lag in 2015 ruim een kwart onder het niveau van 2007. Ook hier wijzen de vingers meteen naar de overheid: het rookverbod en de verhoging van de leeftijd voor het drinken van alcohol naar 18 jaar. Ook zijn er andere concurrrenten op de horecamarkt bijgekomen, zoals dorpshuizen, zorginstellingen en detailhandel. Dat zijn inderdaad factoren die het cafébezoek niet hebben aangemoedigd en eerder hebben ontmoedigd. Maar er is meer. De prijsverhogingen die jaar en jaar zijn doorgevoerd hebben ook een effect gehad op het aantal bezoekers en daarmee op het niveau. Cafébezoekers zijn niet gek. Zij kunnen hun geld maar één keer uitgeven.

Hoe groot deze effecten individueel zijn, is moeilijk te zeggen, maar we kunnen stellen dat het rookverbod, de alcoholleeftijd en de toegenomen concurrentie door toetreders veel minder invloed hebben gehad dan de prijsverhogingen. Het is struisvogelpolitiek om dit effect te blijven ontkennen. Brouwerijen en horecaondernemers zouden moeten erkennen dat de prijzen in de horeca te hoog zijn en omlaag moeten.

De gevolgen laten zich raden: lege cafés en een groot aantal sluitingen. In 2008 telde Nederland nog ruim 13 duizend cafés. Begin 2015 was dit aantal met 13 procent gedaald tot ruim 11 duizend. De grootste dalingen deden zich in deze periode voor in de provincies Groningen, Drenthe en Limburg waar het aantal cafévestigingen met ruim 20 procent terugliep. Flevoland was de enige provincie met een toename van het aantal cafés.

Het is onvermijdelijk dat er de komende jaren nog veel meer cafés hun deuren zullen sluiten. Het platteland loopt leeg en de kroeg heeft daar nauwelijks toekomst meer. Mensen drinken hun drankje meer en meer thuis, daardoor aangemoedigd door brouwerij en supermarkt. In grote steden en in uitgaanscentra zijn nog veel mogelijkheden, maar horecondernemers moeten daar wel creatief en innovatief. En concurrerend met hun prijzen.