Onder de loep: Amerikaans trappistenbier

In de schappen van de Albert Heijn staan sinds kort ook twee bieren van de Spencer Brewery uit het gelijknamige dorpje Spencer in Massachussets in de Verenigde Staten. Deze brouwerij die eigendom is van de Saint Joseph's Abbey en mag sinds 2013 het trappistenlogo voeren. Voor de slordige som van bijna € 4,00 per flesje wisselden de supermarkt en Follow the Beer van eigenaar en konden we deze bieren eens onder de loep leggen.

Trappistenbier

We hebben het al vaker gezegd: het trappistenlogo is geen kwaliteitskeurmerk. Het betekent slechts dat het bier in of in de buurt van een abdij wordt gemaakt. Tevens wordt het bier door, maar meestal onder toezicht van, een kloostergemeenschap gebrouwen. De opbrengsten vloeien terug naar de kloostergemeenschap ten behoeve van het levensonderhoud van de monniken en het onderhoud aan het klooster. En als er dan nog wat overblijft, moet dat aan sociale werken worden besteed. Niet voor niets noemden we de trappistenbieren weleens cynisch de moderne aflaten.

Amerikaans bier

De craft beer revolutie die momenteel door ons land raast, is komen aanwaaien uit de Verenigde Staten. Kleine brouwerijen, nieuwe bierstijlen, maar vooral meer oog voor smaak, dat is waar deze revolutie voor staat. Kenmerkend hiervoor is de IPA op Amerikaanse leest geschoeid. Een bierstijl die extra wordt gehopt met Amerikaanse hoppen zoals we die voordien niet kenden. De laatste tijd zien we ook steeds meer uit de Verenigde Staten geïmporteerde bieren op de Nederlandse markt verschijnen.

Wie wel eens in de Verenigde Staten is geweest en daar een IPA heeft geproefd en vervolgens in Nederland hetzelfde bier in Nederland proefde, weet dat er een smaakverschil is. Hop heeft namelijk nogal de neiging om van smaak te veranderen - sommigen zeggen hier: af te nemen - naarmate het langer bewaard wordt. Een relatief jongere en dus versere IPA smaakt frisser dan zijn oudere evenknie die de neiging heeft wat muf te ruiken en te smaken. Met die gedachte in het achterhoofd kun je je afvragen waarom er überhaupt Amerikaanse gehopt bier wordt geïmporteerd. Je zit immers per definitie oud bier te drinken. Dit ondanks het feit dat Amerikaanse brouwers er alles aan doen om hun bier gekoeld te vervoeren en te bewaren (cold storing). Ze hadden ze zich misschien beter de reis over de grote plas kunnen besparen. Anderen beweren dat oudere hopbieren ook de moeite waard zijn vanwege de mooie, subtiele smaaknuances. Een discussie waar je niet uitkomt.

Spencer Trappist Ale

De Spencer Trappist Ale was het eerste bier van deze brouwerij. De brouwer noemt dit zelf een klassiek Belgisch blond patersbier van 6,5% dat wordt gebrouwen met 6 moutsoorten (waaronder Cara-Munich), een mix van hopsoorten uit de Yakima Valley in Washington, waaronder Willamette en Nugget en hun eigen gist.

Ons oordeel: een mooi blond bier waar nu eens niet de Amerikaanse hoppen de boventoon voeren, maar een goede balans hebben met de gist die voor een fruitige, banaanachtige toon zorg. De gist is hier de handtekening van de brouwer. En zo hoort het ook!

Spencer IPA

De Spencer IPA is een IPA van 7,2% waarbij drie hopsoorten zijn gebruikt: Perle (Duitsland) en Apollo en Cascade. De brouwer heeft geprobeerd om een gebalanceerde IPA te maken waarbij de hop niet overheerst, maar juist entertaint.

Ons oordeel: een wat muf ruikend bier met een duidelijk mango/lychee-aroma die in de smaak echter snel verdwijnen zodat alleen de bittere en vooral droge afdronk van de Perle overblijft. Dat doet je verlangen naar nog een slok. En nog een slok.

Onder de loep: Haagsche Broeder Prior

Echt kloosterbier, echte broeders

Een bier dat daadwerkelijk met broeders wordt gebrouwen. Zo presenteert Haagsche Broeder zichzelf. Dat is zeldzaam, zo niet uniek, vermelden ze er bij. Ze zouden zo maar eens gelijk kunnen hebben. Want geen trappistenbier wordt tegenwoordig nog door een trappist (monnik) gebrouwen en laten we over abdijbieren maar helemaal zwijgen.

De priorij

Middenin het centrum van Den Haag in de Oude Molstraat staat het klooster van de Broeders van Sint Jan. Dit klooster is gevestigd in het Willibrordhuis, waar eeuwenlang de schuilkerk van de Sint Jacobusparochie huisde. Daarna bood het 150 jaar onderdak aan de Zusters van Liefde die met hun ziel en zaligheid zorgdroegen voor kleuter- en basisscholen in Den Haag. Vanaf eind jaren tachtig tot 2012 was het een huis van gebed en evangelisatie onder de vleugels van de Willibrordgemeenschap.

Sinds 2012 hebben de Broeders van Sint Jan er hun priorij gevestigd en wordt er dus sinds een paar jaar bier gebrouwen. Hier leven nu vijf broeders van verschillende pluimage, een Nederlander, twee Fransen, een Oostenrijker en een Amerikaan.

De brouwerij

Sinds 2014 wordt er in dit klooster ook bier gebrouwen. Het initiatief hiervoor kwam van twee jonge Haagse mannen, Jelger Moggree en Kees Verbogt. Brouwers en broeders, met name pater Thomas en broeder Christian, sloegen de handen inéén en besloten een nanobrouwerij op te zetten, waarbij de focus lag op kwaliteit en niet op kwantiteit. Kwaliteit staat voor op, financieel gewin komt - eventueel - later, waarbij de winsten als ware het een echte trappist terugvloeien naar het klooster. Met 2 ketels van 100 liter is Haagsche Broeder met recht een nanobrouwerij. Per brouwsel komen niet meer dan 120 flessen van 75 centiliter beschikbaar.

Inmiddels worden naast de Prior (het allereerste bier), ook de Novice en de Johannes (1 keer per jaar) gebrouwen. Een vierde bier, de Postulant, is in ontwikkeling. Ook wordt er geëxperimenteerd met het lageren van het bier op houten vaten. Dit kun je in de winkel aanschouwen.

Prior

De Prior (8%) wordt gebrouwen met een combinatie van lichte en donkere mouten wat zorgt voor de bruine kleur van het bier en tonen van koffie, chocolade en caramel. Tevens worden gerstevlokken gebruikt bij het brouwen. Dit bier heeft een balans tussen gebrand en fris, en tussen bitterzoet en zuur, aldus de brouwers en de broeders zelf. Verder geven ze nog weg dat er bij het brouwen gerstevlokken en kristalsuiker worden gebruikt. Tot slot is er een speciale gist gebruikt en is het bier gehopt met 'fruitige' hoppen. Welke gist en welke hoppen, dat blijft het geheim van de brouwer.

Ons oordeel: Prior is een complex bier dat zoet, zuur, bitter en soms zelfs zout in zich heeft. Het is een bier waar je even voor gaat zitten, ook al omdat het in een grote fles van 75 cl komt. We gaan niet zo ver om dit bier het nieuwe Westvleteren, want welk bier wil er nu met dit gehypte bier vergeleken worden? Uniek misschien, en zeldzaam zeker,  maar vooral een bier dat brouwers en broeders bijeen bracht en brengt wat zij willen: een kwalitatief en eigengereid bier voor bezinning en ontmoeting.

 

 

Belgisch bier krijgt UNESCO-status

De UNESCO heeft deze week besloten dat de Belgische biercultuur als geheel een plaats krijgt op de zogenoemde Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid.  Dat onze zuiderburen daarmee danig in hun nopjes zijn, valt goed te begrijpen. De UNESCO-status is iets om trots op te zijn.

Het is alweer het elfde Belgische item op deze lijst. UNESCO kende onder meer ook al de Garnaalvisserij te paard in Oostduinkerke, het Carnaval van Aalst en de Heilig Bloedprocessie in Brugge deze status toe. En de Belgen zijn ook nog bezig om hun andere nationale lekkernij, de frieten, erkend te krijgen, maar dat is tot op heden nog niet gelukt.

Nederland heeft geen enkel immaterieel erfgoed op de UNESCO-lijst staan. We hebben wel tien culturele en natuurlijke werelderfgoederen, zoals het Waddengebied, Schokland, de Amsterdamse grachtengordel en de Stelling van Amsterdam. Ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie staat hiervoor op de nominatie. Daartoe wordt in 2018 een voordracht ingediend.

Wat is dat voor lijst?

De UNESCO is de organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Ze werd opgericht in 1945 en zetelt in Parijs. Met de lijst van immaterieel cultureel erfgoed wil UNESCO de diversiviteit van het mondiale cultureel erfgoed bevorderen en het bewustzijn hieromtrent. De lijst is niet zonder plichten. Als een cultureel erfgoed in verval dreigt te raken, dan zullen groepen uit de samenleving, en ook overheidsinstanties, zich moeten inzetten om hun cultureel erfgoed te beschermen. Ook internationale ondersteuning hierbij is een onderdeel hiervan.

Stel je maar eens voor als een groot deel van de Belgen besluit om wijn in plaats van bier te gaan drinken. Dat mogen ze in België vanaf nu niet meer over hun kant laten gaan. Ze zullen alles in het werk moeten stellen om mensen weer aan het nationale bindmiddel - het bier - te krijgen. 

Is het terecht?

UNESCO onderbouwde haar beslissing als volgt. Het brouwen en ook het genieten van bier is onderdeel van het cultureel erfgoed in heel België. Het speelt een rol in het dagelijkse leven, en ook bij vele feestelijke gelegenheden. Bijna 1.500 soorten bier worden geproduceerd met behulp van verschillende gistingsmethoden. Sinds de jaren tachtig is ook het ambachtelijk brouwen van bier populair geworden. Er is een aantal regio's die bekend staan om hun bijzondere variëteiten, terwijl sommige trappistenkloosters de winsten die zij behalen met het brouwen van bier aan goede doelen geven. Daarnaast wordt het bier gebruikt voor in de gastronomische keuken en voor het maken van producten zoals kaas. Tevens kan bier worden gecombineerd met voedsel en aldus smaken aanvullen en versterken. Ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de biersector werd meegewogen, zoals het stimuleren van verantwoord alcoholgebruik en het gebruik van milieuvriendelijke verpakkingen.

Heeft UNESCO en de Belgen een punt? Ja, is het antwoord op deze vraag. België is en blijft een uniek bierland dat zijn weerga niet kent. De Belgische biercultuur is zodanig verweven met het dagelijks leven van zowel Vlamingen, Walen als Brusselaars dat het daarmee een land verbindt dat vaak zo verscheurd lijkt. Het Belgische bier, haar brouwerijen en de heersende biercultuur zijn een onlosmakelijk deel van de Belgische identiteit geworden.

Denk maar eens aan de trappisten- en de abdijbieren met hun quadrupels, tripels en dubbels. Of aan de geuzes, krieken, Vlaamse bruinen, Duvels, saisons of witbieren. Of wat te denken van de spontane gisting in de Zennevallei. Of de fascinerende gistculturen. Of het hoge niveau van brouwen. België heeft het allemaal en dat is nog lang niet alles. Je hoeft niet eens de grens over te gaan om dit te zien. Onze café's en supermarkten worden nog immer gedomineerd door het Belgisch bieraanbod. Maar je ziet pas echt als je de grens overgaat en in een willekeurig dorp of stad de Vlaming, Waal of Brusselaar zijn bier ziet drinken. Bier verbroedert, misschien zelfs wel een heel land.

En Nederland dan?

De Nederlandse biercultuur bloeit en groeit als nooit tevoren. Nieuwe brouwerijen schieten al een paar jaar als paddenstoelen uit de grond. De teller staat inmiddels op meer dan vierhonderd (inclusief huurbrouwerijen). Al onze brouwerijen maken ook een keur aan variëteiten van bier. Dat is allemaal goed nieuws en een verademing ten opzichte van de pilswoestijn die Nederland was geworden in de jaren tachtig. Maar we zijn er nog niet, nog lang niet. We hebben nog een lange weg te gaan voordat we op hetzelfde niveau als onze zuiderburen zijn.

De Nederlandse biercultuur is - nog - niet verweven met ons dagelijks leven zoals dat in België wel het geval. We zijn weliswaar een bierland in opkomst, maar het zal nog wel decennia duren voordat we onze zuiderburen hebben ingehaald, als dat we dat al ooit zullen doen. Er is nog veel werk aan de winkel. Er zal nog veel bloed, zweet en tranen moeten vloeien.